ECLI:NL:RVS:2011:BR6949
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake restitutie leges verblijfsvergunning langdurig ingezetene
De zaak betreft een vreemdeling die een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met de aantekening 'EG-langdurig ingezetene' heeft gekregen. Na betaling van leges van €201,00 verzocht hij om restitutie van teveel betaalde leges, stellende dat het bedrag strijdig is met de Europese Richtlijn 2003/109/EG en het besluit nr. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije.
De minister wees het verzoek af met het argument dat de legesheffing wettelijk is gebaseerd op de Vreemdelingenwet 2000 en dat de hoogte van de leges een vergoeding is voor de kosten van de aanvraagbehandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat een bedrag van €171,00 moest worden terugbetaald.
De minister ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtmatigheid van de legesheffing buiten de vergunningprocedure om had getoetst, omdat de legesheffing onherroepelijk was geworden door het ontbreken van rechtsmiddelen tegen het oorspronkelijke besluit. De Raad van State overwoog dat hoewel in principe toetsing van legesheffing binnen de vergunningprocedure moet plaatsvinden, in deze zaak het verzoek om restitutie buiten die procedure is gedaan en dat de rechtbank daarom terecht het besluit heeft getoetst.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en leges. Hiermee is de weigering tot restitutie van de leges door de minister rechtsgeldig verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het restitutieverzoek van leges door de minister en verklaart het hoger beroep ongegrond.