ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7083
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering eigendom verkrijgende verjaring stuk grond naast perceel
De rechtbank behandelt een geschil over een perceel grond genaamd 'de Sniep', met een oppervlakte van circa 176 m², grenzend aan het perceel van eiseres [A]. [A] stelt primair dat zij dit stuk grond reeds in 1972 in eigendom heeft verkregen, subsidiair dat zij door verkrijgende verjaring eigenaar is geworden.
De rechtbank oordeelt dat uit de leveringsakte en kadastrale tekeningen blijkt dat de Sniep geen onderdeel uitmaakt van het in 1972 gekochte perceel. Ook het beroep op verkrijgende verjaring faalt omdat geen sprake is van bezit met de vereiste eigendomspretentie. De rechtbank acht de aangebrachte beplanting en gebruik onvoldoende om bezit aan te nemen, mede gelet op het onderhoud van de sloot door de buurman.
Daarnaast wijst de rechtbank vorderingen af van [B] c.s. tegen Nedprom wegens schadevergoeding, omdat de eigendom van de Sniep niet aan [A] toekomt. Ook het verzoek om proceskosten door te schuiven tussen de hoofdzaak en vrijwaringszaak wordt afgewezen. De rechtbank veroordeelt partijen in hun proceskosten en wijst het verzoek tot misbruik van procesrecht af.
De uitspraak bevestigt dat verkrijgende verjaring strikte voorwaarden kent en dat bezit met eigendomspretentie essentieel is. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de kostenveroordelingen worden opgelegd aan de in het ongelijk gestelde partijen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten.