ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7184
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. Kleijn
- B. Meijer
- S. van Groningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing schadevergoeding PTSS wegens verjaring bij militair
Eiser, een militair die was uitgezonden naar Srebrenica, lijdt aan PTSS als gevolg van traumatische ervaringen tijdens zijn uitzending. Hij stelde de minister van Defensie aansprakelijk voor de gevolgen van deze aandoening en diende een schadeclaim in. Verweerder wees de vordering af op grond van verjaring, omdat eiser zijn aanspraak niet tijdig had ingediend.
De rechtbank beoordeelde of verweerder consistent handelde bij het inroepen van de verkorte verjaringstermijn van vijf jaar en concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat verweerder willekeurig handelde. De rechtbank stelde vast dat eiser al in maart 2000 bekend was met zijn PTSS en de relatie met zijn uitzending, en dat hij daarmee ook bekend was met de aansprakelijke partij. Eiser had zijn aanspraak vóór 12 februari 2002 moeten indienen.
Verder verwierp de rechtbank het verweer van eiser dat zijn psychische klachten hem belemmerden tijdig aansprakelijkheid te stellen. Ook was er geen plicht voor dienstfunctionarissen om hem te informeren over de mogelijkheid tot aansprakelijkstelling. Wel oordeelde de rechtbank dat verweerder niet binnen de redelijke termijn op het bezwaar had beslist en kende daarom een immateriële schadevergoeding toe van € 500. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, liet de rechtsgevolgen in stand en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en een schadevergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.