ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht vluchteling aan Italië op grond van Verdrag van Straatsburg
Eiseres, erkend als vluchteling in Italië, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland, welke werd afgewezen omdat zij volgens het Verdrag van Straatsburg aan Italië moet worden overgedragen. De rechtbank bevestigt dat de Dublinverordening niet van toepassing is, maar dat de Nederlandse autoriteiten wel moeten toetsen of overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro.
Eiseres stelde dat zij in Italië ernstige problemen ondervond, waaronder gebrek aan opvang, straatleven, diefstal en verkrachting, en dat haar aangifte niet serieus werd genomen. Zij verwees naar diverse rapporten en jurisprudentie ter onderbouwing van haar stellingen. De rechtbank constateert dat deze documenten reeds door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn beoordeeld en geen aanleiding geven voor een ander oordeel.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende concreet heeft aangetoond dat zij bij terugkeer in Italië een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. Het persoonlijke relaas van eiseres weegt mee, maar haar erkenning als vluchteling en verblijf in Italië, inclusief opvang, spreken tegen een schending van internationale verplichtingen door Italië.
Verweerder heeft bovendien toegelicht dat voorafgaand aan overdracht contact wordt opgenomen met Italiaanse autoriteiten om persoonlijke omstandigheden mee te wegen. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen haar overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.