ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.W. Vogels
- C.I.H. Kerstens-Fockens
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Vervoerder aansprakelijk voor verblijfskosten bij uitzetting vreemdelingen
Eiseres, een vervoerder, was belast met het onmiddellijk terugvervoeren van vreemdelingen naar een plaats buiten Nederland waar hun toegang gewaarborgd is, op grond van removal orders en aanwijzingen tot uitzetting. Verweerder heeft de verblijfskosten die gemaakt zijn voorafgaand aan de uitzetting van twee vreemdelingen op eiseres verhaald.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de vervoerder op grond van artikel 65 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 3 van Pro Richtlijn 2001/51/EG aansprakelijk is voor de kosten van verblijf en terugbrenging van vreemdelingen, tenzij onmiddellijke terugbrenging onmogelijk is. In deze zaak was niet gebleken dat onmiddellijke terugbrenging onmogelijk was. Vertragingen die voortvloeien uit wensen van de vreemdelingen of eigen handelen van de vervoerder komen voor eigen risico.
Eiseres voerde aan dat zij zich voldoende had ingespannen en dat vertragingen niet aan haar konden worden toegerekend, onder meer vanwege verzoeken van vreemdeling 1 en problemen met een vervalst paspoort. De rechtbank verwierp deze stellingen, onder meer omdat het paspoort niet nodig was voor verwijdering naar Caïro en de vertragingen voor rekening van eiseres blijven.
Ten aanzien van vreemdeling 2 was er discussie over de exacte datum van de aanwijzing tot uitzetting, maar de rechtbank concludeerde dat eiseres op 20 juli 2010 de aanwijzing tot onmiddellijke uitzetting had ontvangen en de vertraging tot 27 juli 2010 voor eigen risico was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de kosten van verblijf voorafgaand aan de uitzetting door verweerder terecht op eiseres zijn verhaald.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de vervoerder aansprakelijk is voor de verblijfskosten voorafgaand aan de uitzetting.