ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank legt last onder bestuursdwang op voor beëindiging tandartspraktijk in strijd met bestemmingsplan
De zaak betreft beroepen van omwonenden tegen het besluit van burgemeester en wethouders van Den Haag om een last onder dwangsom op te leggen aan [A] voor het gebruik van een woning als tandartspraktijk, in strijd met het bestemmingsplan.
Eisers betwijfelen de effectiviteit van de opgelegde last en de lengte van de begunstigingstermijn tot 1 september 2013. De rechtbank stelt vast dat verweerder de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak niet tijdig en correct heeft uitgevoerd, en dat de begunstigingstermijn en hoogte van de dwangsom niet passend zijn.
De rechtbank oordeelt dat een last onder dwangsom onvoldoende waarborg biedt dat de illegale situatie tijdig wordt beëindigd en vernietigt het bestreden besluit voor zover het een last onder dwangsom betreft. In plaats daarvan legt zij zelf een last onder bestuursdwang op met een begunstigingstermijn tot 8 juli 2013, rekening houdend met belangen van eisers en patiënten.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers. Het beroep van het echtpaar [H] wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot last onder dwangsom en legt een last onder bestuursdwang op met een begunstigingstermijn tot 8 juli 2013.