ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9351
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Curator niet aansprakelijk voor schade borg door verkoop orders zonder termijncontracten
De zaak betreft een vordering van een borg tegen de curator van een failliete onderneming, waarin de borg stelt dat de curator onrechtmatig heeft gehandeld door orders te verkopen zonder de daaraan verbonden valutatermijncontracten mee te verkopen en deze termijncontracten niet tegen te sluiten, waardoor de borg schade zou hebben geleden.
De rechtbank stelt vast dat de curator een ruime mate van vrijheid heeft bij de afwikkeling van het faillissement en dat het belang van de borg onzeker was vanwege de wisselkoersrisico's op de termijncontracten. Er is geen bewijs dat de curator had moeten verwachten dat de termijncontracten een negatieve waarde zouden hebben op de vervaldatum.
De curator heeft in redelijkheid kunnen besluiten de orders zonder de termijncontracten te verkopen, mede omdat het zoeken naar een andere koper vertraging en extra kosten zou veroorzaken. Ook het niet tegensluiten van de termijncontracten was gelet op de omstandigheden en het advies van de bank een redelijke gedragslijn.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt de borg in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de borg tegen de curator wegens onrechtmatige taakuitoefening wordt afgewezen.