ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- G.J. Ebbeling
- I. Obbink – Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt beperking terugkomen op afschrijvingsmethode BPM-aangifte
Eiser deed op 9 december 2011 aangifte BPM voor een gebruikte personenauto, waarbij hij de forfaitaire afschrijvingstabel toepaste. Na betaling maakte hij bezwaar omdat hij de BPM op basis van een koerslijst wilde berekenen, wat een lagere belasting zou opleveren. Verweerder wees het bezwaar af op grond van artikel 10, zevende lid, Wet BPM, dat terugkomen op de gekozen afschrijvingsmethode na aangifte verbiedt.
De rechtbank bevestigt dat deze wettelijke bepaling duidelijk is en niet beperkt kan worden tot bepaalde situaties, ook niet wanneer een koerslijst wordt gebruikt. De rechtbank verwijst naar de parlementaire geschiedenis waarin is toegelicht dat achteraf wijzigen van afschrijving niet mogelijk is omdat de auto dan al in gebruik is en niet meer kan worden gecontroleerd.
Eiser voerde aan dat artikel 10, zevende lid, in strijd zou zijn met het EU-verdrag inzake non-discriminatie en het non-discriminatiebeginsel, maar deze stellingen werden verworpen. Ook werd geoordeeld dat de forfaitaire tabel zoals die gold tot juli 2012 onjuist was en dat de vanaf 1 juli 2012 geldende tabel toegepast moet worden.
De rechtbank concludeert dat eiser recht heeft op een kleine teruggaaf van €18 en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een teruggaaf BPM van €18 toe.