ECLI:NL:RBDHA:2013:CA0946
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van 't Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens ondeugdelijke motivering over band met veilig derde land
Verzoekster, met de Somalische nationaliteit, vroeg herhaaldelijk asiel aan in Nederland na eerder verblijf en het verkrijgen van een verblijfsvergunning in Italië, die inmiddels was verlopen. De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning werd door verweerder afgewezen op grond van het veilig derde land beginsel, omdat verzoekster eerder in Italië verbleef en daar een verblijfsvergunning had.
De rechtbank oordeelt dat de verlopen verblijfsvergunning een nieuw feit is dat een hernieuwde toetsing rechtvaardigt. Verweerder heeft echter onvoldoende onderzocht en gemotiveerd of verzoekster een zodanige band heeft met Italië dat terugkeer redelijk is, zoals vereist op grond van artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Verzoekster stelde dat zij als alleenstaande vrouw met kinderen in Italië geen adequate opvang en bescherming kan verwachten, ondersteund door rapporten en jurisprudentie. Verweerder ging hier niet op in en verwees onterecht naar eerdere procedures waarin deze beoordeling niet aan de orde was.
De voorzieningenrechter vernietigt daarom het bestreden besluit wegens ondeugdelijke motivering en onzorgvuldige voorbereiding en beveelt een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens ondeugdelijke motivering over de redelijkheid van terugkeer naar Italië.