ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling geweigerd verblijfsvergunning asiel wegens Zuid-Koreaans staatsburgerschap, onvoldoende motivering over redelijkheid beroep daarop
Eiseres, een Noord-Koreaanse vreemdeling, diende een asielaanvraag in Nederland in die werd afgewezen omdat zij zich op haar Zuid-Koreaans staatsburgerschap zou kunnen beroepen. Verweerder baseerde dit op artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met artikel 3.35 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres het Zuid-Koreaanse staatsburgerschap heeft of kan verkrijgen, mede op basis van deskundigenberichten. Echter heeft verweerder nagelaten te onderzoeken of het redelijk is van eiseres te verwachten dat zij zich op dat staatsburgerschap beroept, met name zonder onderzoek naar het risico voor haar familie in Noord-Korea en haar psychische omstandigheden.
Daarom is het besluit onvoldoende gemotiveerd en wordt het beroep gegrond verklaard. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €944.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering over de redelijkheid van het beroep op Zuid-Koreaans staatsburgerschap.