ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij ingangsdatum verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ontvangen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, met ingang van 15 juni 2011. Eiser stelt echter dat de ingangsdatum onjuist is en dat deze op de datum van zijn aanvraag, 7 april 2010, had moeten liggen. Hij beroept zich daarbij op zijn individuele asielrelaas, in tegenstelling tot het algemene beleid ten aanzien van Syrië waarop de vergunning is gebaseerd.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang heeft bij doorprocederen over de ingangsdatum, omdat het beroep zich niet uitsluitend richt op de ingangsdatum maar ook op de grond van verlening. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State leert dat alleen bij een geschil over uitsluitend de ingangsdatum procesbelang bestaat.
Daarnaast stelt de rechtbank dat de individuele asielmotieven van eiser in geval van intrekking van de vergunning alsnog in een rechterlijke procedure kunnen worden gewogen, zodat geen schending van artikel 13 EVRM Pro en artikel 47 Handvest Pro EU plaatsvindt. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel.