ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verdachte voor doodslag en diefstal met geweld in Den Haag
Op 15 april 2012 duwde de verdachte het slachtoffer krachtig van een betonnen trap in Den Haag, waarna hij het slachtoffer meerdere malen tegen het hoofd schopte. Het slachtoffer overleed twee dagen later aan de opgelopen verwondingen. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte zich schuldig maakte aan doodslag met voorwaardelijk opzet.
Daarnaast werd de verdachte op 18 februari 2012 veroordeeld voor diefstal met braak en geweld in het Aloysius College te Den Haag. Tijdens de inbraak gebruikte hij samen met een mededader geweld tegen beveiligingsmedewerkers, waarbij een medewerker ernstig gewond raakte.
De verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, maar deze werden verworpen wegens gebrek aan bewijs van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Uit tapgesprekken en forensisch bewijs bleek dat de verdachte niet de waarheid sprak en bewust de aanmerkelijke kans op overlijden van het slachtoffer aanvaardde.
De rechtbank legde een jeugddetentie van 20 maanden op, met aftrek van voorarrest, en de PIJ-maatregel wegens ernstige gedragsstoornissen en een reële kans op recidive. De verdachte vertoonde een ziekelijke stoornis en gebrekkige geestelijke ontwikkeling, waardoor een gedwongen behandeling in een gesloten setting noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van moord wegens ontbreken van voorbedachte rade en veroordeelde hem voor doodslag en diefstal met geweld. Tevens werd de teruggave van bepaalde in beslag genomen goederen gelast.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 maanden jeugddetentie en PIJ-maatregel wegens doodslag en diefstal met geweld.