ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke procedure over kennelijk onredelijk ontslag voormalig algemeen directeur COA
De rechtbank Den Haag behandelt een arbeidsrechtelijke procedure tussen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en haar voormalig algemeen directeur. De kern van het geschil betreft de vraag of het ontslag van de directeur kennelijk onredelijk was en of zij aanspraak heeft op een beëindigingsvergoeding. Daarnaast is er een procedure over verbeurde dwangsommen vanwege het niet toelaten tot het werk.
De directeur werd op non-actief gesteld na een onderzoek naar haar salaris en het privégebruik van de dienstauto, waarbij onder meer bleek dat afspraken in haar digitale agenda waren aangepast om privéritten te verhullen. De Onderzoekscommissie COA concludeerde dat zij niet integer had gehandeld en dat er sprake was van een sociaal onveilig werkklimaat. De directeur betwistte deze conclusies en stelde dat het ontslag onrechtmatig was.
De kantonrechter oordeelt dat de bepalingen van het arbeidsrecht van toepassing zijn op de arbeidsrelatie met het COA. De opzeggingsgronden van het COA worden niet als voorgewend beschouwd, maar er is nader bewijs nodig over de vermeende onjuiste informatie en het privégebruik van de dienstauto. De rechtbank wijst op de noodzaak van nader bewijs en stelt de beslissing aan, waarbij gelijktijdig getuigenverhoren zullen plaatsvinden in de twee procedures.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en beveelt nader bewijs over het ontslag en het privégebruik van de dienstauto.