ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening loonbelasting geweigerd wegens gebrek aan goede trouw aandeelhouder-directeur
Eiser was in 2010 directeur en middellijk meerderheidsaandeelhouder van D BV, waar hij loon ontving en loonheffing werd ingehouden maar niet afgedragen. Hij gaf aan te goeder trouw te zijn en verzocht om verrekening van de niet-afgedragen loonheffing met zijn inkomstenbelastingaanslag.
De rechtbank stelt vast dat eiser feitelijk de zeggenschap had over D BV en verantwoordelijk was voor de financiële gang van zaken. Er zijn geen feiten die aannemelijk maken dat hij niet wist van de niet-afdracht of dat hij redelijkerwijs mocht menen dat de financiële problemen tijdelijk waren.
Op grond van jurisprudentie is verrekening van loonheffing alleen mogelijk als de werknemer te goeder trouw is. De rechtbank concludeert dat eiser niet aan deze voorwaarde voldoet. Wel wordt de aanslag verminderd door het netto uitbetaalde loon als belastbaar inkomen aan te merken.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en wijst het beroep gegrond voor zover de aanslag wordt verminderd. Het hoger beroep staat open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd omdat eiser niet te goeder trouw was bij de niet-afdracht van loonheffing.