ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingaanslag en vergrijpboete wegens niet aangegeven inkomsten uit handel in verdovende middelen
Eiser is in strafrechtelijke procedures veroordeeld voor het opzettelijk buiten Nederland brengen van grote hoeveelheden heroïne en hennep, verborgen in pallets diepgevroren frikadellen. Voor het jaar 2008 had eiser geen belastbaar inkomen opgegeven, maar de Belastingdienst legde een aanslag op gebaseerd op een schatting van € 40.000 aan inkomsten uit de drugshandel, met een vergrijpboete.
Eiser betwistte de aanslag en boete, stellende dat de strafrechtelijke veroordelingen geen bewijs vormen voor financieel gewin en dat hij niet veroordeeld is voor andere transporten. De rechtbank oordeelde echter dat in het belastingrecht andere bewijsregels gelden en dat ook feiten die niet strafrechtelijk bewezen zijn, belastbaar kunnen zijn.
De rechtbank acht aannemelijk dat eiser betrokken was bij meerdere drugstransporten in 2008 en daarmee financieel voordeel heeft behaald. De schatting van € 40.000 aan inkomsten wordt als redelijk beschouwd gezien de omvang van de drugstransporten. Tevens is vastgesteld dat eiser opzettelijk onjuiste aangifte heeft gedaan, waardoor de vergrijpboete terecht is opgelegd.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanslagen en boete blijven in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag en vergrijpboete wegens niet aangegeven inkomsten uit drugshandel.