ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking drank- en horecavergunning wegens vermeend slecht levensgedrag
Verzoeker kreeg op 22 september 2011 een drank- en horecavergunning en exploitatievergunning voor een horecabedrijf. Diverse politiecontroles constateerden overtredingen van sluitingstijden en onrustig gedrag van bezoekers. De burgemeester trok op 9 april 2013 deze vergunningen in wegens slecht levensgedrag van verzoeker.
Verzoeker betwistte de feiten in de processen-verbaal en stelde dat de intrekking disproportioneel was. De voorzieningenrechter oordeelde dat de politieprocessen-verbaal in beginsel juist zijn en dat verzoeker zich niet aan sluitingstijden hield en onvoldoende optrad tegen onrust. Echter, er was geen sprake van strafrechtelijke vervolging of ernstige strafbare feiten.
De burgemeester had het eigen beleid (Toekomstvisie Horeca) niet gevolgd, dat bij dergelijke overtredingen eerst waarschuwingen en minder ingrijpende maatregelen voorschrijft. De conclusie dat verzoeker van slecht levensgedrag is, was onvoldoende gemotiveerd. Daarom kon de intrekking niet op die grondslag worden gehandhaafd.
De voorzieningenrechter wees de voorlopige voorziening toe, schorste het besluit en veroordeelde de burgemeester in de proceskosten. Dit oordeel is voorlopig en bindt niet de bodemprocedure.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot intrekking van de vergunningen wordt geschorst wegens onvoldoende motivering en beleidsafwijking.