Uitspraak
200106008/1is in het Besluit geen nadere omschrijving gegeven van de eis dat de leidinggevenden niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. Gelet hierop zijn geen beperkingen opgelegd ten aanzien van feiten of omstandigheden, die bij de beoordeling van het levensgedrag mogen worden betrokken. Ook de tekst van en de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b van de Horecaverordening nopen niet tot een ander oordeel. Niet kan worden staande gehouden dat de burgemeester, gelet op voormelde door appellant gepleegde delicten, niet in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat appellant niet voldoet aan de eis dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Dat appellant de hem daarvoor opgelegde straffen als "vrij gering" aanmerkt kan, wat daar ook van zij, aan dit oordeel niet af doen. Dat appellant een horecabedrijf wil exploiteren waar geen alcohol wordt geschonken kan aan het vorenstaande evenmin afdoen.