ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod in vreemdelingenrechtelijke procedure
Eiseres kreeg op 23 november 2012 een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar opgelegd wegens illegaal verblijf in Nederland. Zij stelde beroep in tegen dit besluit. Verweerder trok het inreisverbod op 26 februari 2013 in, maar eiseres trok haar beroep niet in. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk vanwege het ingetrokken karakter hiervan.
Met betrekking tot het terugkeerbesluit oordeelde de rechtbank dat dit ten tijde van uitvaardiging rechtmatig was. Eiseres voerde aan dat zij in Frankrijk onder medische behandeling was en een aanvraag voor verlenging van verblijf had lopen, maar ten tijde van het besluit was zij niet in het bezit van een geldige verblijfsvergunning. Het door haar overgelegde document uit Frankrijk werd door de rechtbank als een geldige toestemming tot verblijf erkend, maar deze werd pas na het terugkeerbesluit aan de rechtbank overgelegd.
De rechtbank concludeerde dat er geen grond was om het terugkeerbesluit te vernietigen en verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €472,-. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard.