ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3110
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad bij verbod mechanische kokkelvisserij
De commanditaire vennootschap [X] CV, die kokkelschelpen verwerkt tot vogelgrit, vordert een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door haar niet te compenseren voor schade door het Kabinetsbesluit dat de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee verbood. Zij beroept zich op het égalitébeginsel, het gelijkheidsbeginsel en redelijkheid en billijkheid. De Staat betwist de vordering en stelt dat het verbod niet buiten het normale bedrijfsrisico van [X] BV valt, die haar activiteiten kan voortzetten met schelpen uit het buitenland.
De rechtbank oordeelt dat [X] CV ontvankelijk is, omdat de vordering van de BV in de CV is ingebracht. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat het verbod een geleidelijke en voorzienbare ontwikkeling betrof, waartegen [X] BV maatregelen had kunnen treffen, zoals het aanleggen van voorraden en import van alternatieve grondstoffen. Hierdoor valt het nadeel niet buiten het normale bedrijfsrisico. Hoewel [X] BV een bijzondere last draagt, is die niet onevenredig en is geen grond voor schadevergoeding op grond van het égalitébeginsel.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat het bedrijf ESS, dat wel schadevergoeding ontving, dichter bij de visserijsector staat en geen alternatieven had. De redelijkheid en billijkheid rechtvaardigen eveneens geen schadevergoeding. De rechtbank wijst daarom de vordering af en veroordeelt [X] in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van [X] CV af en veroordeelt haar in de proceskosten.