ECLI:NL:HR:2004:AO7887
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor schade bij huiszoeking in woning van derde
In deze zaak vordert [verweerster] vergoeding van schade veroorzaakt door een huiszoeking in haar woning, uitgevoerd door de politie op last van de hulpofficier van justitie. De huiszoeking vond plaats in het kader van strafrechtelijk onderzoek tegen een andere persoon, waarbij schade aan eigendommen van [verweerster] en haar zuster werd toegebracht.
De rechtbank wees een schadevergoeding toe, maar het hof beperkte deze vergoeding tot € 887,14, waarbij 50% van de schade werd toegerekend aan [verweerster] vanwege haar bijzondere relatie met de verdachte, die bij haar inwoonde. De Staat stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad bevestigt dat schade aan eigendommen van derden bij huiszoekingen in beginsel voor vergoeding door de overheid in aanmerking komt, tenzij op grond van art. 6:101 BW Pro de schade mede aan de benadeelde kan worden toegerekend. De bijzondere relatie tussen [verweerster] en de verdachte rechtvaardigt gedeeltelijke toerekening van de schade aan haar.
Het beroep wordt verworpen en de Staat wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt bevestigd dat de overheid aansprakelijk is voor onrechtmatige schade bij huiszoekingen, maar dat de vergoeding kan worden verminderd bij betrokkenheid van de benadeelde bij het strafbare feit of bijzondere relaties met de verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staat wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor schade bij huiszoeking wordt bevestigd met gedeeltelijke toerekening aan de benadeelde.