ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3189
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering schadevergoeding en onrechtmatigheid waardering onteigende grond afgewezen
De Provincie Noord-Holland vorderde terugbetaling van €500.000 die zij aan Chipshol had betaald op grond van een vaststellingsovereenkomst, onder de voorwaarde dat een nieuw bestemmingsplan met bedrijfsbestemming voor het betreffende terrein zou worden goedgekeurd. Chipshol stelde dat deze voorwaarde niet was vervuld omdat de Provincie slechts verklaringen van geen bezwaar had afgegeven voor bestaande bouwplannen.
De rechtbank oordeelde dat partijen redelijkerwijs hadden bedoeld dat terugbetaling alleen zou plaatsvinden indien een daadwerkelijk nieuw bouwplan verwezenlijkt zou kunnen worden, wat niet het geval was. De Provincie had verklaringen van geen bezwaar afgegeven voor reeds bestaande bouwvergunningen, maar dit was onvoldoende om de terugbetalingsvoorwaarde te doen vervullen.
Chipshol vorderde daarnaast schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de Provincie in verband met de waardering van onteigende grond. De rechtbank verwierp deze vordering omdat Chipshol onvoldoende feiten had aangevoerd om onrechtmatigheid aan te tonen en omdat de waardering in een eerdere onteigeningsprocedure definitief was vastgesteld.
Beide vorderingen werden afgewezen en partijen werden in de proceskosten veroordeeld. De uitspraak bevestigt dat de terugbetalingsverplichting niet ontstaat bij het gebruik van oude bouwplannen en dat de waardering van onteigende grond bindend is.
Uitkomst: De rechtbank wijst zowel de vordering van de Provincie tot terugbetaling als de vordering van Chipshol tot schadevergoeding af.