ECLI:NL:RBDHA:2013:CA4017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen dienstbetrekking tussen directieassistente en vennootschap voor werknemersverzekeringen
Eiseres verzocht de Belastingdienst om naheffingsaanslagen loonheffingen voor premies werknemersverzekeringen over 2006 en 2007 op te leggen voor [G], die sinds 2002 werkzaamheden verrichtte als directieassistente. [G] was aanvankelijk niet als verzekerde opgenomen in de loonadministratie en had in 2005 een WAZ-uitkering aangevraagd, wat wees op zelfstandigheid.
De rechtbank onderzocht of sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, waarvoor een gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetaling vereist zijn. Eiseres stelde dat er gezagsverhouding bestond, onder meer door aanwijzingen van de statutair directeur en aandeelhoudersstructuur. Verweerder betoogde dat de familieverhouding overheersend was en werkgeversgezag ontbrak.
De rechtbank concludeerde dat de gedragingen van partijen, zoals het niet aangeven van premies en de WAZ-aanvraag, erop duiden dat zij uitgingen van zelfstandigheid en geen dienstbetrekking. De aangevoerde verklaringen van de gemachtigde waren onvoldoende om het bestaan van een gezagsverhouding aannemelijk te maken. Daarom is geen verzekeringsplicht voor werknemersverzekeringen aanwezig voor de jaren 2006 en 2007.
Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 21 mei 2013.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een dienstbetrekking en verklaart het beroep ongegrond.