ECLI:NL:RBDHA:2014:10097
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.E.J.M. Gielen
- M.J. van den Bergh
- M. Singeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing inreisverbod op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag en artikel 8 EVRM
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, werd ongewenst verklaard en kreeg een inreisverbod van tien jaar opgelegd op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte dit besluit onder meer vanwege schending van rechtszekerheid, het bestuursrechtelijke ne bis in idem-beginsel, en het recht op gezinsleven zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod rechtsgeldig kon worden opgelegd als terugkeerbesluit en dat het bestuursrechtelijke ne bis in idem-beginsel niet van toepassing was. De eerdere toepassing van artikel 1(F) stond vast, en er waren geen nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigden. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro werd niet gevolgd.
De rechtbank stelde echter vast dat verweerder een te streng toetsingskader hanteerde door enkel te beoordelen of artikel 8 EVRM Pro verblijf rechtvaardigt, terwijl ook een samenstel van omstandigheden kan nopen tot het afzien van het opleggen van een inreisverbod of het verkorten van de duur ervan. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd dat het staatsbelang zwaarder woog dan het belang van eiser en zijn gezin, met name de jeugdige leeftijd van de jongste dochter en de objectieve belemmering om het gezinsleven in Afghanistan uit te oefenen.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beoordelen of het inreisverbod moet worden opgelegd of verkort. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het opgelegde inreisverbod van tien jaar is vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuist toetsingskader, en verweerder dient opnieuw te beoordelen.