ECLI:NL:RVS:2012:BV3728
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging verblijfsvergunning asiel afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, die het besluit van 2 februari 2010 tot afwijzing van een aanvraag verblijfsvergunning asiel vernietigde. De voorzieningenrechter had eerder het besluit van 2 september 2009 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank had opnieuw het besluit van 2 februari 2010 vernietigd, waarbij zij de originele dreigbrieven van de vreemdeling in haar beoordeling betrok. De Afdeling overweegt dat het niet instellen van hoger beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank betekent dat de rechtbank moet uitgaan van haar eerdere oordeel over de beroepsgronden, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn.
De Afdeling stelt vast dat de inhoud van de dreigbrieven reeds door de voorzieningenrechter was betrokken en dat deze dus geen nieuwe feiten vormen. De rechtbank heeft daardoor ten onrechte opnieuw een oordeel gegeven over de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Het hoger beroep van de minister is daarom gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.