ECLI:NL:RBDHA:2014:10105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onjuiste kwalificatie en ontbreken hoorzitting
Eiser, een Iraakse nationaliteit, vroeg op 12 februari 2013 een verblijfsvergunning aan onder de beperking 'conform beschikking minister'. Verweerder kwalificeerde deze aanvraag onterecht als een aanvraag onder de beperking 'humanitair niet tijdelijk', zonder overleg met eiser en zonder wettelijke grondslag. Tevens is eiser ten onrechte niet gehoord in de bezwaarfase, wat in strijd is met het recht op hoor en wederhoor.
De rechtbank stelt vast dat de Wet modern migratiebeleid en het Vreemdelingenbesluit 2000 nog steeds de mogelijkheid bieden om een verblijfsvergunning onder de beperking 'conform beschikking minister' aan te vragen. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom hij de aanvraag anders heeft gekwalificeerd en heeft daarmee niet op de aanvraag beslist zoals deze is ingediend.
Verder oordeelt de rechtbank dat het niet horen van eiser in de bezwaarfase onrechtmatig is, temeer daar een hoorzitting juist de gelegenheid biedt om een wijziging van de beperking te bespreken. Het bezwaar is niet kennelijk ongegrond en het beroep is daarom gegrond verklaard.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.