Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam],
Procesverloop
Overwegingen
In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat er geen grond bestaat om eiser vrij te stellen van het mvv-vereiste op grond van artikel 17, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000, omdat het volgens het BMA-advies voor hem - onder voorwaarden - mogelijk is om te reizen. Verweerder heeft daarbij overwogen dat hij zich in verband met de voorwaarde van schriftelijke overdracht en directe voortzetting van de behandeling heeft laten informeren door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Volgens verweerder betekent uitvoering van het BMA-advies dat voor de uitzetting contact zal worden gelegd met een arts in Colombia en dat met deze arts afspraken zullen worden gemaakt over de datum en wijze waarop de medische behandeling wordt overgedragen.
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht overwogen dat, hoewel het BMA alleen het vereiste van een overdracht van actuele medische gegevens stelt, de minister zichzelf in het besluit van 21 januari 2010 tevens heeft verbonden aan het vereiste dat in Colombia directe voortzetting van de behandeling van de vreemdeling dient plaats te vinden. Het betoog van de minister dat de rechtbank heeft miskend dat hij in eerste aanleg het standpunt heeft ingenomen dat alleen het vereiste van overdracht van actuele medische gegevens geldt, slaagt niet, reeds omdat uit het door de minister bij de rechtbank ingediende verweerschrift noch uit het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank eenduidig kan worden opgemaakt dat de minister afstand heeft genomen van zijn in het besluit ter zake ingenomen standpunt. De rechtbank is er dan ook terecht van uitgegaan dat de minister zich op het standpunt heeft gesteld dat naast het vereiste van een overdracht van de actuele medische gegevens tevens het vereiste van directe voortzetting van de behandeling in het land van herkomst geldt.”