ECLI:NL:RVS:2010:BO0794
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens medische en gezinsrechtelijke omstandigheden
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister en later de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Centrale discussie betrof de beoordeling van medische adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) en de vraag of de staatssecretaris zich voldoende had vergewist van de actualiteit en inhoud van deze adviezen. De rechtbank had geoordeeld dat recente medische informatie ontbrak, maar de Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de inhoudelijke beoordeling van het BMA-advies had overgenomen zonder contra-expertise.
Daarnaast speelde de toepassing van artikel 8 EVRM Pro over respect voor gezinsleven. De staatssecretaris stelde terecht dat geen positieve verplichting bestond om vrijstelling van het mvv-vereiste te verlenen, mede omdat de vreemdeling nooit rechtmatig in Nederland verbleef. Ook de bezwaren tegen het paspoortvereiste werden verworpen.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning stand hield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.