ECLI:NL:RBDHA:2014:10175
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid militaire dienstplicht en gewetensbezwaren
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in met het argument dat hij bij terugkeer naar Algerije zijn militaire dienstplicht moet vervullen, waartegen hij gewetensbezwaren heeft. De rechtbank stelde vast dat eiser eerder door zijn ouders was vertegenwoordigd bij een asielaanvraag die was afgewezen. De huidige aanvraag bevatte een nieuw, op de eigen persoon gericht asielmotief, waardoor het geen herhaalde aanvraag was.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk zijn militaire dienstplicht zal moeten vervullen, mede omdat slechts een klein deel van de dienstplichtigen in Algerije daadwerkelijk wordt opgeroepen. Ook de mondelinge mededeling van de Algerijnse vertegenwoordiging was onvoldoende specifiek. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat zijn gewetensbezwaren voortkomen uit een godsdienstige of diepgewortelde overtuiging, maar slechts uit zijn persoonlijke visie op oorlog en geweld.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Schaberg op 8 mei 2014 te Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning wordt afgewezen.