Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2014 in de zaak tussen
[naam],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
VK
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een vrouw van Oegandese nationaliteit, diende een asielaanvraag in vanwege vervolgingsgevaar wegens haar lesbische gerichtheid. De staatssecretaris wees de aanvraag af en gelastte uitzetting. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De staatssecretaris betwijfelde de geloofwaardigheid van haar seksuele gerichtheid en de door haar gestelde problemen in Oeganda, terwijl verzoekster uitgebreide verklaringen en ondersteunend bewijs overlegde. De voorzieningenrechter overwoog dat de beoordeling van de geloofwaardigheid van seksuele gerichtheid momenteel onderwerp is van prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU).
Gezien het belang van verzoekster om de uitkomst van deze prejudiciële vragen af te wachten en het ontbreken van een op voorhand ongeloofwaardig relaas, werd de voorlopige voorziening toegewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor uitzetting wordt verboden tot de prejudiciële vragen zijn beantwoord en op het beroep is beslist.