ECLI:NL:RBMNE:2014:6563
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs reisroute
Verzoeker, een asielzoeker uit Jamaica, diende beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege zijn homoseksualiteit in Jamaica werd vervolgd en mishandeld. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het beroep afwees omdat verzoeker onvoldoende bewijs over zijn reisroute had overlegd en zijn asielrelaas tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden bevatte.
De rechtbank overwoog dat verzoeker geen documenten kon overleggen die zijn reis van Jamaica naar Nederland konden staven, ondanks zijn stelling dat hij als verstekeling reisde. Verder werden zijn verklaringen over het incident in Jamaica, de duur van zijn relatie en de medische behandeling als ongeloofwaardig beoordeeld. Ook werd gewezen op het ontbreken van concrete informatie over zijn relatie en de bedreigingen die hij ontving.
Verzoeker had verzocht om aanhouding van de zaak in afwachting van een medisch onderzoek naar zijn verwondingen, maar de rechtbank zag hiervoor geen aanleiding omdat dit slechts een deel van het asielrelaas betrof. Ook het beroep op prejudiciële vragen over de beoordeling van homoseksualiteit in asielprocedures werd verworpen, omdat deze niet op zijn situatie van toepassing waren.
De rechtbank concludeerde dat het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht had en dat verweerder de homoseksualiteit van verzoeker niet geloofwaardig hoefde te achten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid en bewijs.