Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De feiten
- de gemeente een bedrag van fl. 79.420,94 van [eiseres] en [echtgenoot] kan terugvorderen, welk bedrag [eiseres] en [echtgenoot] erkennen schuldig te zijn;
- de gemeente maandelijks een bedrag van [eiseres] en [echtgenoot] kan invorderen totdat voormeld bedrag zal zijn voldaan, waarbij de een zal zijn gekweten voor betalingen gedaan door de ander, met inachtneming van het in de beschikking overwogene, inhoudende dat partijen ter zitting hebben besloten in onderling overleg het aflossingsbedrag vast te stellen;
- het saldo van de vordering terstond en in het geheel opeisbaar zal zijn bij uitblijven van geregelde betalingen door [eiseres] en [echtgenoot].