ECLI:NL:RBDHA:2014:10961
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke procedure over diensttijdgratificatie en loonheffing militair
Eiser maakte bezwaar tegen de salarisspecificaties van juli, november en december 2012 vanwege een te lage uitbetaling van zijn diensttijdgratificatie, die gebaseerd was op een te laag belastingtarief. Verweerder, de minister van Defensie, had het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank onderzocht of de latere hogere loonheffing over 2012 aanleiding gaf tot een correctie van de gratificatie.
De rechtbank stelde vast dat de salarisspecificatie van juli 2012 als besluit kan worden aangemerkt, maar dat de uitbetaling rechtmatig was op basis van het toen geldende belastingtarief en de gegevens die toen bekend waren. De latere vaststelling van een hoger belastingtarief door de Belastingdienst kan geen grond zijn voor een beroep tegen dat besluit. De salarisspecificaties van november en december 2012 bevatten geen nieuwe besluiten en bezwaar daartegen was niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde dat een verzoek om herziening van het besluit van juli 2012 de juiste weg is om het geschil over het belastingtarief aan te vechten. Het beroep werd daarom deels gegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de latere specificaties en deels ongegrond voor het bezwaar tegen juli 2012. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard door vernietiging van het besluit over de salarisspecificaties van november en december 2012 en deels ongegrond voor juli 2012; verweerder wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.