ECLI:NL:RBDHA:2015:7897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar salarisspecificaties diensttijdgratificatie militair
Eiser maakte bezwaar tegen de salarisspecificaties van september, oktober en november 2013 inzake een diensttijdgratificatie bij Defensie. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank overwoog dat de salarisspecificatie van 10 september 2013, waarin de diensttijdgratificatie werd uitbetaald, wel als een besluit in de zin van de Awb moet worden aangemerkt. De latere salarisspecificaties bevatten geen nieuwe besluiten, omdat de gratificatie reeds was uitgekeerd en de periodieke betalingen ongewijzigd bleven.
De kern van het geschil betrof de vraag of het bruteren van de gratificatie tegen een belastingtarief van 42% in plaats van het hogere tarief van 52% rechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat verweerder op het moment van uitbetaling rechtmatig heeft gehandeld, omdat het gebruikte tarief gebaseerd was op het voorgaande kalenderjaar en de latere vaststelling van een hoger tarief niet tot een gegrond beroep kan leiden. Een verzoek om herziening kan wel worden ingediend.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het ging om de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de specificatie van 10 september 2013 en verklaarde het bezwaar ongegrond. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de latere specificaties werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de salarisspecificatie van 10 september 2013 wordt gegrond verklaard, het bezwaar inhoudelijk ongegrond, en het beroep tegen latere specificaties ongegrond verklaard.