ECLI:NL:RBDHA:2014:11572

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 september 2014
Publicatiedatum
18 september 2014
Zaaknummer
C-09-471870 - JE RK 14-1926
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BWArt. 1 lid 1 Wet op de jeugdzorgArt. 4 Wet op de jeugdzorgArt. 40 Statuut voor het Koninkrijk der NederlandenArt. 256 Boek 1 Burgerlijk Wetboek Nederlandse Antillen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vervanging Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden na verhuizing minderjarige naar Curaçao

De Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden verzocht de rechtbank om haar te vervangen door de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao voor de uitvoering van een ondertoezichtstelling over een minderjarige die naar Curaçao was verhuisd.

De rechtbank overwoog dat krachtens artikel 1:254 BW Pro de ondertoezichtstelling wordt opgedragen aan een stichting zoals bedoeld in de Wet op de jeugdzorg binnen Nederland, en dat vervanging door een stichting in een andere Nederlandse provincie mogelijk is. Omdat Curaçao geen Nederlandse provincie is en de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao niet voldoet aan de wettelijke definitie, kon deze stichting niet als vervanger worden aangewezen.

Het verzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd het verzoek om de ondertoezichtstelling toe te wijzen aan een door de kinderrechter aan te wijzen Bureau Jeugdzorg onvoldoende onderbouwd geacht en eveneens afgewezen. De beschikking van 29 juli 2014 blijft van kracht en kan direct in Curaçao worden uitgevoerd. Een verzoek tot vervanging kan daar worden ingediend bij de lokale rechter.

Uitkomst: Het verzoek tot vervanging van Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden door een stichting in Curaçao wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Kinderrechter
Rekestnummer: JE RK 14-1926
Zaaknummer: C/09/471870
Datum beschikking: 18 september 2014

Afwijzing verzoek tot vervanging van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden

Beschikking op het op 13 augustus 2014 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Den Haag Zuid/Rijswijk
(verder: Bureau Jeugdzorg),
met betrekking tot de minderjarige:
- [minderjarige],
geboren op[geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats];
kind van:
[X],
de moeder,
wonende te [woonplaats],
die vermoedelijk het ouderlijk gezag alleen uitoefent.
De minderjarige verblijft feitelijk bij de tante in Curaçao.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen.
Bureau Jeugdzorg heeft aangegeven geen behandeling van het verzoek ter zitting te wensen.
Aan de belanghebbende is bij brief van 14 augustus 2014 een meldbrief gestuurd, conform het bepaalde in artikel 6.1 van het procesreglement civiel jeugdrecht.

Feiten

De kinderrechter heeft bij beschikking d.d. 29 juli 2014 de ondertoezichtstelling van de minderjarige uitgesproken van 29 juli 2014 tot 18 oktober 2014, met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden.

Verzoek

Het verzoek strekt tot vervanging van verzoekster door de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao, nu de minderjarige verhuisd is van Nederland naar Curaçao.

Beoordeling

De grond van het verzoek is gelegen in de omstandigheid dat door het vertrek van de minderjarige naar Curaçao Bureau Jeugdzorg de ondertoezichtstelling niet langer kan uitvoeren. Dit zal moeten gebeuren door de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao, die zich daartoe bereid heeft verklaard.
De kinderrechter stelt voorop dat krachtens artikel 1:254 BW Pro de ondertoezichtstelling wordt opgedragen aan een Stichting als bedoeld in artikel 1 lid 1 van Pro de Wet op de jeugdzorg, en dat deze stichting kan worden vervangen door een zodanige stichting in een andere provincie. Vast staat dat de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao geen stichting is in de zin van artikel 1 lid 1 juncto Pro artikel 4 van Pro de Wet op de jeugdzorg, nu Curaçao immers geen provincie van Nederland is. Zodoende kan de kinderrechter de uitvoering van de ondertoezichtstelling niet opdragen aan de Stichting Gezinsvoogdij Instelling Curaçao en wordt het verzoek tot vervanging afgewezen. Het verzoek de ondertoezichtstelling op te dragen aan een – door de kinderrechter aan te wijzen – Bureau Jeugdzorg wordt als onvoldoende onderbouwd eveneens afgewezen.
Ten overvloede merkt de kinderrechter op dat de beschikking van 29 juli 2014 waarbij de voorlopige ondertoezichtstelling over de minderjarige is uitgesproken krachtens artikel 40 van Pro het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in Curaçao direct ten uitvoer kan worden gelegd en dat bij de rechter in Curaçao een verzoek tot vervanging van Bureau Jeugdzorg kan worden ingediend (artikel 256, Boek 1, van het Burgerlijke wetboek van de Nederlandse Antillen).
Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
wijst af het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2014 in tegenwoordigheid van A.M.C. Guit-van den Berg als griffier.
Ingevolge artikel 807 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat tegen deze beslissing geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet.