ECLI:NL:RBDHA:2014:12402
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen opname DNA-profiel minderjarige veroordeelde wegens mishandeling
Veroordeelde, destijds 16 jaar oud en voor het eerst veroordeeld voor mishandeling, maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Hij voerde aan dat dit disproportioneel was gezien zijn jonge leeftijd, de aard van het delict en de bijzondere omstandigheden waaronder het delict plaatsvond, waaronder stelselmatige pesterijen vanwege zijn seksuele geaardheid.
De rechtbank oordeelde dat hoewel geweldsdelicten doorgaans rechtvaardigen dat DNA wordt opgenomen, de bijzondere omstandigheden hier een uitzondering vormen. De leeftijd van de veroordeelde, het ontbreken van eerdere veroordelingen, het ontbreken van herhalingsgevaar en de relatief milde straf van een werkstraf van 20 uur wegen mee.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en beval de officier van justitie het afgenomen celmateriaal terstond te vernietigen, waarbij zij verwees naar de uitzonderingsbepaling in artikel 2 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt gegrond verklaard en het celmateriaal dient te worden vernietigd.