ECLI:NL:RBDHA:2014:12582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Dirks
- S.E. Postema
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling informatiebeschikkingen inzake buitenlandse bankrekening en vermogensbestanddelen
Verweerder heeft informatiebeschikkingen gegeven aan eiser over een buitenlandse bankrekening bij een Zwitserse bank, waarvan eiser en zijn echtgenote als rekeninghouders zijn geïdentificeerd. Eiser had in zijn belastingaangiften over 2008-2010 geen vermogensbestanddelen van deze rekening opgenomen en ontkende het bezit van een buitenlandse rekening.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zich op een redelijk vermoeden kon baseren dat eiser over niet aangegeven vermogen beschikte, mede gelet op renseignementen uit 1996 en de unieke naamcombinatie in het BVR-systeem. Het enkele feit dat de renseignementen van 1996 dateren, doet hieraan niet af, omdat een redelijk vermoeden voldoende is voor het stellen van vragen op grond van de Awr.
Eiser heeft zijn informatieverplichting niet nagekomen door slechts te ontkennen dat hij een buitenlandse rekening had. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en stelt eiser een termijn van zes weken om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de informatiebeschikkingen worden ongegrond verklaard en eiser krijgt zes weken om alsnog informatie te verstrekken.