ECLI:NL:RBDHA:2014:12646
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting bij opvolgende asielaanvraag
Verzoeker diende op 16 september 2014 een opvolgende asielaanvraag in, welke door verweerder als herhaalde aanvraag werd aangemerkt zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Verweerder nam een besluit op grond van artikel 3.1 van het Vreemdelingenbesluit waarin werd meegedeeld dat uitzetting niet werd achterwege gelaten, maar dit besluit was niet gemotiveerd en voldeed niet aan de vereisten van de Procedurerichtlijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker als gevolg van de opvolgende aanvraag rechtmatig verblijf had totdat een definitief besluit zou worden genomen. Verweerder had niet de juiste procedure gevolgd, waarbij eerst een voornemen tot afwijzing wordt genomen en verzoeker de gelegenheid krijgt zijn zienswijze te geven.
Daarom had verzoeker geen belang bij de gevraagde voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. Het verzoek werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen wordt afgewezen omdat verzoeker nog rechtmatig verblijf heeft.