ECLI:NL:RVS:2012:BX0050
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel bij asielzoeker met ongewenstverklaring
De vreemdeling, eerder ongewenst verklaard en uitgezet, keerde terug en gaf bij aankomst aan asiel te willen aanvragen. Hij werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en zijn asielaanvraag werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat hij rechtmatig verblijf had op grond van de Procedurerichtlijn en dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was. De Raad van State overwoog dat de wens tot asiel aanvragen als een asielverzoek moet worden gezien en dat de vreemdeling daardoor legaal verblijf had volgens Europese richtlijnen, ondanks de eerdere ongewenstverklaring.
De Raad van State oordeelde dat de bescherming van de openbare orde geen uitzondering vormt op het rechtmatig verblijf volgens de Procedurerichtlijn. De vrijheidsontnemende maatregel was daarom rechtmatig opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is rechtmatig opgelegd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.