Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker], verzoeker,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
23 september 2014. De gronden van bezwaar dateren van 6 oktober 2014.
Overwegingen
21 september 2012 heeft verweerder het bezwaar daartegen ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 maart 2013 heeft de rechtbank het beroep daartegen gegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten.
17 september 2009 is uit die relatie een dochter geboren. Zij heeft de Nederlandse nationaliteit. Een jaar later hebben verzoeker en die vrouw hun relatie beëindigd.
8 maart 2011, C-34/09, Ruiz Zambrano (www.curia.europa.eu). Uit de overwegingen van het Hof in het arrest Dereci e.a. (15 november 2011, C-256/11) waarin een nadere uitleg wordt gegeven van het arrest Zambrano, is af te leiden dat de situatie dat de burger van de Unie zijn recht om op het grondgebied van de Unie te verblijven wordt ontzegd, zich slechts voordoet als de burger van de Unie zodanig afhankelijk is van de burger van een derde land, dat hij als gevolg van de besluitvorming van verweerder geen andere keus heeft dan met de burger van het derde land buiten de Unie te verblijven. Van een situatie dat de kinderen gedwongen worden Nederland te verlaten is hier geen sprake, omdat zij bij hun moeder verblijven.
20 oktober 2014 is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder terecht erop heeft gewezen dat, zoals staat vermeld in diens brief van 17 oktober 2014 aan de voorzitter van de Tweede Kamer, de omstandigheid dat de minister van Buitenlandse Zaken een negatief reisadvies heeft afgegeven niet betekent dat het vreemdelingenbeleid ter zake moet worden aangepast, omdat het doel, het kader en de afwegingen van elkaar verschillen.
Beslissing
20 oktober 2014.