ECLI:NL:RBDHA:2014:1299
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende zorgvuldige advisering medische situatie vreemdeling
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, was ongewenst verklaard en kreeg een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege zijn strafrechtelijke veroordelingen en gevaar voor de openbare orde. Hij kreeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij gedwongen in een psychiatrische inrichting verbleef.
De rechtbank oordeelt dat het uitstel van vertrek niet betekent dat het eerder opgelegde inreisverbod automatisch wordt ingetrokken. De beoordeling van het inreisverbod moet daarom los daarvan plaatsvinden. Eiser voerde aan dat zijn medische situatie zodanig ernstig is dat uitzetting tot een medische noodsituatie leidt.
De rechtbank stelt vast dat verweerder zich onvoldoende heeft vergewist van de juistheid van het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), met name omdat de behandelend psychiater had verklaard dat het alternatief voor het medicijn broomperidol niet geschikt was, wat niet adequaat is meegenomen. Hierdoor is het besluit tot oplegging van het inreisverbod onzorgvuldig genomen en dient het te worden vernietigd.
Er is geen aanleiding voor het toepassen van een bestuurlijke lus of het instandhouden van de rechtsgevolgen. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het inreisverbod van tien jaar wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige advisering over de medische situatie van eiser.