ECLI:NL:RBDHA:2014:13127
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening uitwonendenbeurs studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Eiser kreeg vanaf 1 juli 2012 studiefinanciering toegekend als uitwonende student, ingeschreven op een adres in de GBA. Na een controle door sociaal-rechercheurs werd geconcludeerd dat eiser niet feitelijk woonde op dit adres, onder meer vanwege het ontbreken van een duidelijke slaapplek, persoonlijke bezittingen en een volledige garderobe. Verweerder herzag daarop de studiefinanciering naar de thuiswonende norm en vorderde terugbetaling van te veel ontvangen bedragen.
Eiser voerde aan wel op het adres te wonen, met onderbouwing zoals het beschikken over een huissleutel, huurbetaling en aanwezigheid van enkele persoonlijke spullen. De rechtbank oordeelde echter dat de onderzoeksgegevens en het rapport van de controleurs een toereikende feitelijke grondslag boden om te concluderen dat eiser niet woonde op het GBA-adres. De wisselende verklaringen van eiser en het ontbreken van objectief bewijs maakten zijn stelling onvoldoende aannemelijk.
De rechtbank stelde dat de bewijslast primair bij verweerder lag, maar dat eiser onvoldoende tegenbewijs leverde. Gezien de feiten en omstandigheden was de herziening van de studiefinanciering terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening van de studiefinanciering is ongegrond verklaard omdat hij niet feitelijk woonde op het GBA-adres.