ECLI:NL:RBDHA:2014:13186
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. van Velzen
- E.R. Houweling
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep kinderpardon na ambtshalve verlening verblijfsvergunning
Eiseressen hadden beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen af te wijzen en een inreisverbod op te leggen. Tijdens de procedure verleende de staatssecretaris ambtshalve een verblijfsvergunning aan eiseressen, waarmee tevens het inreisverbod tegen eiseres 2 werd ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat dit nieuwe besluit het procesbelang van eiseressen wegneemt, omdat zij met hun beroep niet kunnen bereiken dat alsnog een vergunning op grond van de overgangsregeling wordt verleend. Een eventuele gegrondverklaring van het beroep zou leiden tot een nieuw besluit, maar de overgangsregeling sluit verlening uit aan vreemdelingen die reeds een verblijfsvergunning hebben.
Verder stelde de rechtbank dat belang bij beoordeling van het beroep pas ontstaat indien de verleende vergunning wordt ingetrokken of niet wordt verlengd. Ook het argument van een hogere AOW-uitkering leidt niet tot belang bij het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiseressen, vastgesteld op €487,- voor door een derde verleende rechtsbijstand. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 15 juli 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning.