Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2014
[eiser],
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Het procesverloop
De beoordeling
3 september 2007 tot 3 september 2008 is een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘verruimde gezinsherenging bij ouder [naam ouder]’. Deze vergunning is verlengd, laatstelijk tot 3 september 2013. Op 22 februari 2011 is eiser in Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan twee voorwaardelijk, wegens overtreding van de artikelen 10, vijfde lid, en 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet, gepleegd op 30 november 2010. Op 14 november 2012 is eiser in Duitsland veroordeeld tot een gevangenisstaf van drie jaar voor handel in cocaïne, gepleegd op 20 juni 2012.
De beslissing
- heropent het onderzoek;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen vier weken na de datum van verzending van deze tussenuitspraak een nader advies te vragen bij het IRC en naar aanleiding daarvan nader te onderbouwen dat de veroordeling van eiser door de Duitse strafrechter, al dan niet in combinatie met de eerdere veroordeling van eiser in Nederland, volstaat voor intrekking van zijn verblijfsvergunning op grond van artikel 3.86 van het Vb 2000;
- bepaalt dat eiser binnen vier weken na deze mededeling hierover zijn zienswijze naar voren kan brengen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.