ECLI:NL:RBDHA:2014:14187
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopige verblijf wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eisers, van Somalische nationaliteit, verzochten om een machtiging tot voorlopige verblijf (mvv) in het kader van nareis om bij hun gestelde zus/pleegmoeder (referente) in Nederland te verblijven. Eerder was een aanvraag afgewezen omdat de feitelijke gezinsband niet was aangetoond.
Na een eerdere afwijzing en daaropvolgende procedures, waaronder een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dienden eisers opnieuw een aanvraag in met beroep op nieuw beleid en DNA-onderzoek. De staatssecretaris wees deze aanvraag af, omdat geen relevante wijziging van het recht of nieuwe feiten waren aangevoerd die toetsing van het besluit rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van gelijke strekking was als het eerdere besluit en dat de brief van Defence for Children geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen inhoudelijke toetsing van het besluit verricht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopige verblijf wordt ongegrond verklaard.