ECLI:NL:RBDHA:2014:14522
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Dublin-overdracht Eritrese asielzoeker wegens strijd met gelijkheidsbeginsel
Een Eritrese asielzoeker diende op 11 juni 2014 een aanvraag in in Nederland, nadat hij via Italië was binnengekomen en daar geregistreerd en opgevangen was. De staatssecretaris wees de aanvraag af en besloot tot overdracht aan Italië als verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening.
De asielzoeker voerde aan dat de overdracht onterecht was omdat hij niet was geregistreerd en dat de procedure niet zorgvuldig was verlopen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de verklaringen van de asielzoeker in het aanmeldgehoor ondubbelzinnig aantonen dat hij via Italië is gereisd, geregistreerd en opgevangen. De claim aan Italië was daarmee terecht. De procedure was zorgvuldig en in overeenstemming met de wet- en regelgeving.
Echter, de asielzoeker stelde dat de staatssecretaris het gelijkheidsbeginsel had geschonden door hem anders te behandelen dan andere Eritrese asielzoekers die in vergelijkbare omstandigheden verblijfsvergunningen hadden gekregen. De voorzieningenrechter stelde vast dat de verschillen tussen de casus van verzoeker en anderen marginaal waren en dat de staatssecretaris onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er relevante verschillen bestonden. Daarom was sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot overdracht aan Italië wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.