ECLI:NL:RVS:2014:3832
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverordening en afhankelijkheidsrelatie
De staatssecretaris heeft op 15 april 2014 besloten de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen, omdat Zwitserland verantwoordelijk was voor de behandeling van hun verzoek op grond van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter had dit besluit vernietigd omdat de staatssecretaris de afhankelijkheidsrelatie tussen vreemdeling 1 en zijn broer niet aan Zwitserland had gemeld en niet volgens het oude artikel 3.118a Vb 2000 had gehandeld.
De Raad van State oordeelt dat artikel 16 van Pro de Dublinverordening niet verplicht tot het melden van de afhankelijkheidsrelatie aan de aangezochte lidstaat en dat de staatssecretaris wel correct heeft gehandeld volgens de gewijzigde regelgeving. De Raad toetst vervolgens de inhoudelijke afhankelijkheidsrelatie en stelt vast dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de broer recentelijk afhankelijk is van hun zorg, mede omdat hij sinds 1972 zelfstandig in een ander land verblijft.
Daarom verklaart de Raad het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.