ECLI:NL:RBDHA:2014:14523
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening
Een Eritrese asielzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar deze werd afgewezen omdat Italië als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen op grond van de Dublinverordening. De asielzoeker had via Italië Europa bereikt en was daar geregistreerd en kort opgevangen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de asielzoeker voldoende indirect bewijs vormden voor de verantwoordelijkheid van Italië. De Italiaanse autoriteiten hadden niet tijdig gereageerd op het overnameverzoek, waardoor hun verantwoordelijkheid vaststond. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur werd verworpen, mede omdat de asielzoeker geen concrete vergelijkbare gevallen kon aantonen.
De rechtbank vond dat de procedure zorgvuldig was verlopen, inclusief het aanmeldgehoor en de mogelijkheid tot het indienen van bezwaren. De jeugdige leeftijd van verzoeker woog niet zwaar genoeg om de overdracht te verhinderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.