Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummer: [nummer]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een vrouw uit Belarus, diende een asielaanvraag in op grond van haar homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende mishandelingen en bedreigingen. Zij stelde dat zij vanwege haar relatie met een vrouw en de negatieve reacties van de familie en onbekenden in haar land van herkomst gevaar liep.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag af, hoewel het relaas van eiseres geloofwaardig werd bevonden. De rechtbank stelde vast dat verweerder niet alleen de verklaringen moest beoordelen, maar ook het beleid inzake LHBT-asielzoekers moest toepassen. Na aanvullend onderzoek en hoorzitting concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging had of een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechtbank overwoog dat homoseksualiteit in Belarus niet strafbaar is en dat er geen aanwijzingen waren dat eiseres vanwege haar geaardheid ernstig zou worden gediscrimineerd of mishandeld. De vermoedens van eiseres over betrokkenheid van politie of werkgever konden niet worden onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de asielaanvraag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte gegronde vrees voor vervolging.