Uitspraak
7.De rechter overweegt als volgt.
12.De rechter overweegt in dezen als volgt.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2014.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Somalische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af omdat Malta verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublin III Verordening. Verzoeker betoogde dat terugkeer naar Malta in strijd is met artikel 5 EVRM Pro vanwege slechte detentieomstandigheden en gebrek aan effectieve rechtsmiddelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende is ingegaan op het beroep van verzoeker op artikel 5 EVRM Pro, met name het arrest Suso Musa tegen Malta, waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens schendingen van artikel 5 vaststelde Pro. Hierdoor ontbrak een draagkrachtige motivering in het bestreden besluit.
Gezien het spoedeisend belang en de redelijke kans van slagen van het beroep, werd de voorlopige voorziening toegewezen en werd de uitzetting geschorst totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten ten bedrage van €1.461,-.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker naar Malta wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.