Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 juli 2015 in de zaak tussen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Protection Interrupted- the Dublin Regulation’s Impact on Asylum Seekers’ Protection, waarin staat dat Dublinclaimanten op Malta worden gedetineerd wanneer zij het land hebben verlaten door ontsnapping uit detentie of door gebruik te maken van valse documenten. Ook heeft eiser ter onderbouwing van zijn detentie op Malta (kopieën van) e-mails van de heer Xuereb Neville, superintendent Immigration te Floriana van 4 november 2014 en 4 december 2014, alsook een aantal e-mails van 17 maart 2015 van Neville over de reden/grond voor zijn detentie overgelegd. Verder heeft eiser (een kopie van) de afwijzing van zijn asielverzoek door de Maltese autoriteiten van 8 februari 2014 overgelegd. Daarbij heeft eiser aangevoerd dat hij geen rechtsmiddelen kon aanwenden tegen deze negatieve beslissing en dat hij geen bijstand heeft gehad van een advocaat. Daarnaast zijn de mogelijkheden om in Malta rechtsmiddelen in te dienen tegen een bewaringsmaatregel beperkt, aldus eiser. Hiertoe wijst hij eveneens op het ECRI (European Commission against Racism and Intolerance) report on Malta van 15 oktober 2013 en het rapport van AIDA (Asylum Information database) inzake Malta van de Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen (ECRE) van december 2013 en mei 2014.
‘systemic failure to provide support or facilities’in de zin van het arrest van het EHRM in de zaak M.S.S. tegen België en Griekenland of van het arrest van het HvJ-EU in de zaken N.S. tegen het Verenigd Koninkrijk en M.E. en anderen tegen Ierland. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er onvoldoende aanwijzingen dat de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Malta systeemfouten bevatten die resulteren in een onmenselijke behandeling omdat eiser het risico loopt om terecht te komen in inadequate opvang (‘
overcrowded facilities’) voor asielzoekers waarmee de overdracht naar Malta in strijd zal zijn met artikel 3 EVRM Pro. Immers, uit voormeld AIDA-rapport (pagina 41) volgt dat in het uitzonderlijke geval waarin sprake is dat de bestaande opvangfaciliteiten overvol zijn er alternatieve locaties worden gebruikt zoals bijvoorbeeld opvangcentra voor daklozen. Daarbij zij opgemerkt dat verweerder in een mogelijk verschil in opvang tussen Malta en Nederland geen aanleiding hoeft te zien om het asielverzoek van eiser onverplicht aan zich te trekken. Bovendien volgt uit rechtsoverweging 4.4. van de uitspraak van de Afdeling van 4 november 2013 dat de mogelijkheid bestaat om bij de Maltese autoriteiten te klagen over de detentieomstandigheden.
'laatste redmiddel'en een verzoekschrift (in beginsel) slechts in behandeling neemt als alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Tegen de achtergrond van de overbelasting waaronder het EHRM gebukt gaat, staat het subsidiariteitsbeginsel voor een systeem waarin de bescherming van de in het EVRM neergelegde mensenrechten in eerste instantie een zaak is van de lidstaten zelf. Zij dienen zorg te dragen voor een effectieve bescherming van mensenrechten en voor een redresmogelijkheid in geval de bescherming onverhoopt toch op de één of andere manier tekortschiet. Het Europese stelsel speelt slechts een aanvullende rol en komt pas in beeld wanneer de nationale autoriteiten zich niet of onvoldoende van hun taak hebben gekweten. De verantwoordelijkheid van de lidstaten voor naleving van het EVRM rust met name op de schouders van de wetgever, het bestuur en de rechtspraak. Als de lidstaten zich adequaat van hun verantwoordelijkheden kwijten, dan is het EHRM in de gelegenheid te doen waarvoor het is ingesteld: het uitleggen van en nader vorm geven aan de mensenrechten. Indien de lidstaten onvoldoende hun verantwoordelijkheid nemen, dreigt overbelasting van het EHRM, waardoor het systeem van mensenrechtenbescherming onder het EVRM kan worden bedreigd.
verbod van refoulement) maar niet in geval van structurele tekortkomingen ten aanzien van artikel 5 EVRM Pro (
habeas corpus), ten aanzien van Malta, niet gerechtvaardigd is. Ten aanzien van Malta, is meerdere malen door het EHRM geoordeeld dat sprake was van schending van artikel 5 EVRM Pro bij straf- en vreemdelingendetentie (vergelijk de zaken Aden Ahmed tegen Malta van 23 juli 2013, Suso Musa tegen Malta van 23 juli 2013 en Louled Massoud tegen Malta van 27 juli 2010) een uitzondering is te rechtvaardigen in het geval van artikel 5 EVRM Pro indien sprake is van structurele tekortkomingen op dit gebied. Na de eerder door het EHRM in 2010 aangenomen schending door Malta van artikel 5 EVRM Pro in het Louled Massoud‑arrest, benadrukt het EHRM drie jaar later in het persbericht bij het arrest in de zaak Suso Musa tegen Malta van 23 juli 2013 dat Malta
needs to adopt new measures to improve conditions of detained asylum seekers and allow them to obtain speedy review of the lawfullness of their detention. Verder volgt ook uit een bericht van de Raad van Europa van 11 februari 2014: "Malta – detention without trial" de bezorgdheid omtrent het aantal personen dat op Malta in detentie verblijft gedurende onaanvaardbare lange periodes zonder proces. Na de herhaalde vaststelling van het EHRM dat naleving van de Maltese wetgeving in strijd is met artikel 5 EVRM Pro hebben geen wetswijzigingen als bedoeld in het bovengenoemde persbericht plaatsgevonden.
speedy-trial-beginsel). In deze zaak overweegt het EHRM dat de relevante rechtsinstanties erkennen dat zij niet bevoegd zijn om naar de omstandigheden te kijken die de detentie onrechtmatig zouden maken. Onder deze omstandigheden is het rechtsmiddel onder artikel 409A van de Maltese Wetboek van Strafrecht niet een rechtsmiddel dat de wettigheid van de detentie beoordeelt, en dus geen effectief rechtsmiddel in de zin van artikel 5, vierde lid, EVRM. Het EHRM neemt in de zaak Suso Musa, waarin sprake is van vergelijkbare omstandigheden als bij eiser, namelijk: een derdelander die na binnenkomst op Malta meteen is gedetineerd met het oog op uitzetting en die de behandeling van het asielverzoek in detentie heeft moeten afwachten, hetgeen ruim een jaar duurde, eveneens een schending aan van artikel 5, vierde lid, EVRM omdat de beschikbare rechtsmiddelen in dit geval niet toereikend waren om de detentie effectief en voldoende snel te laten toetsen.
'remedy') in de zin van artikel 13 EVRM Pro niet een succesvol, maar een toegankelijk rechtsmiddel impliceert. In artikel 14 (1) van hoofdstuk 127 voorziet de Maltese Immigratiewet in het recht voor een persoon, die door de Principal Immigration Officer als een verboden immigrant is gekwalificeerd en tegen wie een uitzettingsbevel is uitgevaardigd op grond van artikel 5, om hiertegen beroep in te dienen overeenkomstig de bepalingen in artikel 25A. Artikel 25A van deze wet heeft betrekking op de toepassingen en beroepen om te worden gehoord en bepaald door de IAB. Op grond van artikel 14 (2) van de Maltese Immigratiewet zal een dergelijk persoon tegen wie een uitzettingsbevel is uitgevaardigd in detentie worden geplaatst totdat hij uit Malta is verwijderd. Naar het oordeel van de rechtbank staat hiermee, mede gezien het overwogene over het functioneren van de IAB, evenwel nog niet vast dat voor een 'verboden immigrant', indien hij een asielverzoek heeft ingediend ook een snelle toetsing van de bewaring door een rechterlijke instantie mogelijk is, zoals is vereist in artikel 18, tweede lid, van de Procedurerichtlijn. Voorts acht de rechtbank van belang dat uit voormelde rapporten van AIDA met betrekking tot de rechtsbijstand bij juridische procedures tegen vreemdelingendetentie op Malta volgt dat, alhoewel de nationale wetgeving in bepaalde procedures voorziet in rechtsbijstand, in de praktijk de meeste asielzoekers geen toegang hebben tot een advocaat die namens hen beroep moet indienen, waardoor zij feitelijk geen toegang hebben tot een procedure om op te komen tegen hun detentie.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 25 februari 2015;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 980,00;
- bepaalt dat de proceskosten dienen te worden voldaan aan de rechtsbijstandverlener van eiser.